vooruitzicht
zelfstandig naamwoord voˈrœytsɪxtBetekenis
- datgene wat men redelijkerwijs te verwachten heeft in de naaste toekomst
Hoe spreek je vooruitzicht uit?
/voˈrœytsɪxt/
Vooruitzicht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vooruitzichten | meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- uitzicht naar voren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vooruitzichten | meervoud |
Woordfamilie van vooruitzicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vooruitzichten | meervoud | vooruitzicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooruitzicht zijn vastgelegd.