Naar de inhoud

vooruitdenken

alvast denken aan later

vooruitdenken

werkwoord

Betekenis

  1. alvast denken aan later

Vervoeging van vooruitdenken

vooruitdenkenhele werkwoord — dacht vooruitverleden tijd enkelvoud — dachten vooruitverleden tijd meervoud — vooruitgedachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denk vooruit dacht vooruit
jij denkt vooruit dacht vooruit
hij, zij, het denkt vooruit dacht vooruit
wij denken vooruit dachten vooruit
jullie denken vooruit dachten vooruit
zij denken vooruit dachten vooruit
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dacht vooruit verleden tijd
denk vooruit gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
had vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vooruitgedacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooruitgedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vooruitgedacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vooruitgedacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vooruitdenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit te denken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vooruit te zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruit zal denken bijzin, toekomende tijd
vooruit zou denken bijzin, voorwaardelijk
vooruit zouden denken bijzin, voorwaardelijk
vooruit zoudt denken bijzin, voorwaardelijk
vooruit zullen denken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vooruit zullen denken bijzin, toekomende tijd
vooruit zult denken bijzin, toekomende tijd
vooruitdacht bijzin, verleden tijd
vooruitdachten bijzin, verleden tijd
vooruitdenk bijzin, tegenwoordige tijd
vooruitdenkend onvoltooid, deelwoord
vooruitdenkt bijzin, tegenwoordige tijd
vooruitgedacht verleden tijd, deelwoord
vooruitgedacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vooruitgedacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zal vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vooruitdenken bijzin, toekomende tijd
zal vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vooruitdenken bijzin, voorwaardelijk
zou vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) vooruitdenken vooruit zou(dt) denken bijzin, voorwaardelijk
zouden vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vooruitdenken bijzin, voorwaardelijk
zouden vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vooruitdenken bijzin, voorwaardelijk
zoudt vooruitgedacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vooruitdenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vooruitdenken bijzin, toekomende tijd
zullen vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vooruitdenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vooruitdenken bijzin, toekomende tijd
zult vooruitgedacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal vooruitdenken vooruit zult/zal denken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van vooruit en denken

Woordfamilie van vooruitdenken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dacht vooruit verleden tijd vooruitdenken
dachten vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vooruitdenken
denk vooruit gebiedende wijs vooruitdenken
denke vooruit woordvorm vooruitdenken
denken vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vooruitdenken
denkt vooruit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vooruitdenken
vooruitdacht subordinate-clause, verleden tijd vooruitdenken
vooruitdachten subordinate-clause, verleden tijd vooruitdenken
vooruitdenk subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruitdenken
vooruitdenke with-subordinate-clause vooruitdenken
vooruitdenkend onvoltooid deelwoord vooruitdenken
vooruitdenkende woordvorm vooruitdenken
vooruitdenkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vooruitdenken
vooruitgedacht voltooid deelwoord vooruitdenken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vooruitdenken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vooruitdenken

Wat is de betekenis van vooruitdenken?
Vooruitdenken is een werkwoord. De betekenis is: alvast denken aan later.
Hoe vervoeg ik vooruitdenken?
Zo vervoeg je vooruitdenken zo: het voltooid deelwoord is vooruitgedacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vooruitdenken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vooruitdenken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vooruitdenken in het kort

vooruitdenken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vooruitdenken staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vooruitdenken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vooruitdenken: alvast denken aan later
Deel vooruitdenken — standaardnederlands.nl