vignet
zelfstandig naamwoord vɪˈɲɛtBetekenis
- sticker ter indicatie dat men rechten heeft die uit een betaling voortvloeien
- fabrieks- of handelsmerk
- tekeningetje of prentje dat in boeken ter versiering wordt aangebracht
Hoe spreek je vignet uit?
/vɪˈnjɛt/
Vignet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vignetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vignetjes | verkleinwoord, meervoud |
| vignetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans vignette, in de betekenis van ‘boekversiering, embleem’ voor het eerst aangetroffen in 1520
Woordfamilie van vignet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vignetje | verkleinwoord | vignet |
| vignetjes | verkleinwoord meervoud | vignet |
| vignetten | meervoud | vignet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vignet zijn vastgelegd.