tableau
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel taˈbloBetekenis
- weergave die een aantal zaken in hun onderling verband laat zien
- uitgebeeld door verklede, zwijgende mensen
- opsomming die een overzicht geeft
- uitroep om het markante van een situatie die zich opeens voordoet te benadrukken: alsof het een bijzonder schilderij is of alsof je er een schilderij van zou moeten maken
- tabel met beperkende regels in een specifieke volgorde, die laat zien hoe volgens de theorie een taalgebruiker tot de beste keus uit een aantal mogelijke vormen komt
- tabel
- schoolbord
- schilderij
Hoe spreek je tableau uit?
/taˈblo/
Tableau bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| b | bak |
| l | land |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tableaus | meervoud |
| tableautje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tableautjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
| tableaus | meervoud |
Herkomst
zelfstandig naamwoord: [1.2] (verkorting) van tableau vivant
tussenwerpsel: via Middelnederlands tabelleau "geschilderd tafereel" van Frans tableau
Woordfamilie van tableau
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tableaus | meervoud | tableau |
| tableautje | verkleinwoord | tableau |
| tableautjes | verkleinwoord meervoud | tableau |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tableau zijn vastgelegd.