Naar de inhoud

ontzetten

het opheffen van een belegering

ontzetten

werkwoord

Betekenis

  1. het opheffen van een belegering
  2. hevig doen schrikken
  3. de genoemde waardigheid, functie etc. ontnemen

werkwoord

  1. een belegering opheffen voor transitive
  2. ~ uit de genoemde waardigheid, functie etc. ontnemen transitive
  3. van de rest doen loskomen en/of doen bezwijken/instorten transitive

Vervoeging van ontzetten

ontzettenhele werkwoord — ontzetteverleden tijd enkelvoud — ontzetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontzet ontzette
jij ontzet ontzette
hij, zij, het ontzet ontzette
wij ontzetten —
jullie ontzetten —
zij ontzetten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontzet gebiedende wijs
ontzet verleden tijd, deelwoord
ontzet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzette verleden tijd
ontzette aanvoegende wijs
ontzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van ontzetten

Vervoeging van ontzetten

ontzettenhele werkwoord — ontzetteverleden tijd enkelvoud — ontzetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontzet ontzette
jij ontzet ontzette
hij, zij, het ontzet ontzette
wij ontzetten —
jullie ontzetten —
zij ontzetten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontzet gebiedende wijs
ontzet verleden tijd, deelwoord
ontzet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontzet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontzette verleden tijd
ontzette aanvoegende wijs
ontzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘verbijsteren’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ontzetten

Wat betekent ontzetten?
Ontzetten is een werkwoord. Het woord betekent: het opheffen van een belegering. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontzetten?
Je vervoegt ontzetten als volgt: de tegenwoordige tijd is ontzet, de verleden tijd is ontzette en het voltooid deelwoord is ontzet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontzetten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontzetten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontzetten in het kort

ontzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontzetten zijn 71 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina.

ontzetten: het opheffen van een belegering
Deel ontzetten — standaardnederlands.nl