gourmet
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɡurˈmɛtBetekenis
- iemand die van lekker eten en drinken houdt en kleine verschillen in smaak kan opmerken
- maaltijd waarbij ieder aan tafel zijn eigen eten met klein kookgerei uit aangeboden ingrediënten klaarmaakt
- fijnproever
Hoe spreek je gourmet uit?
/gurˈmɛt/
Gourmet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| g | goal |
| u | boek |
| r | rood |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gourmets | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van gourmetten
- gebiedende wijs van gourmetten
Vervoeging van gourmet
gourmethele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fijnproever’ voor het eerst aangetroffen in 1865
Woordfamilie van gourmet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gourmets | meervoud | gourmet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gourmet zijn vastgelegd.