Naar de inhoud

gourmetten

gezellig tafelen waarbij ieder in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt

gourmetten

werkwoord

Betekenis

  1. gezellig tafelen waarbij ieder in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt

Vervoeging van gourmetten

gourmettenhele werkwoord — gourmetteverleden tijd enkelvoud — gegourmetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gourmet gourmette
jij gourmet gourmette
hij, zij, het gourmet gourmette
wij gourmetten —
jullie gourmetten —
zij gourmetten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegourmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegourmet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegourmet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegourmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegourmet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegourmet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegourmet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegourmet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegourmet verleden tijd, deelwoord
gegourmet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegourmet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gourmet gebiedende wijs
gourmette verleden tijd
gourmette aanvoegende wijs
gourmettend onvoltooid, deelwoord
had gegourmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegourmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegourmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegourmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van gourmetten

Vervoeging van gourmetten

gourmettenhele werkwoord — gourmetteverleden tijd enkelvoud — gegourmetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gourmet gourmette
jij gourmet gourmette
hij, zij, het gourmet gourmette
wij gourmetten —
jullie gourmetten —
zij gourmetten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gegourmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegourmet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegourmet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegourmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegourmet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegourmet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegourmet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegourmet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gegourmet verleden tijd, deelwoord
gegourmet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegourmet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gourmet gebiedende wijs
gourmette verleden tijd
gourmette aanvoegende wijs
gourmettend onvoltooid, deelwoord
had gegourmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegourmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegourmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegourmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegourmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegourmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegourmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegourmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gourmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegourmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gourmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van gourmetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gegourmet voltooid deelwoord gourmetten
gourmette verleden tijd gourmetten
gourmettend onvoltooid deelwoord gourmetten
gourmettende woordvorm gourmetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gourmetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over gourmetten

Wat betekent gourmetten?
Gourmetten is een werkwoord. Het woord betekent: gezellig tafelen waarbij ieder in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt.
Hoe vervoeg je gourmetten?
Je vervoegt gourmetten als volgt: de tegenwoordige tijd is gourmet, de verleden tijd is gourmette en het voltooid deelwoord is gegourmet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord gourmetten is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. O 1
  3. U 4
  4. R 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

gourmetten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. O 1
  3. U 2
  4. R 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

gourmetten in het kort

gourmetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van gourmetten zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort gourmetten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

gourmetten: gezellig tafelen waarbij ieder in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt
Deel gourmetten — standaardnederlands.nl