cachet
zelfstandig naamwoord, werkwoord /kɑsˈjɛt/Betekenis
- aanzien, status
- stempel
- zegel
- tablet 1, pil 1
- aanzien,
Hoe spreek je cachet uit?
/kɑsˈjɛt/
Cachet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- stempel, zegel
- aanzien, maatschappelijke status figuratively
- karakteristiek, kenmerk, kenmerkende eigenschap figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cachetten | meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cachen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cachen
- gebiedende wijs meervoud van cachen
Vervoeging van cachet
cachethele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] cachet | canonical |
Woordfamilie van cachet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cachetten | meervoud | cachet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cachet zijn vastgelegd.