Naar de inhoud

cachetteren

iets (bijv. met lak) verzegelen

cachetteren

werkwoord

Betekenis

  1. iets (bijv. met lak) verzegelen

Vervoeging van cachetteren

cachetterenhele werkwoord — cachetteerdeverleden tijd enkelvoud — cachetteerdenverleden tijd meervoud — gecachetteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik cachetteer cachetteerde
jij cachetteert cachetteerde
hij, zij, het cachetteert cachetteerde
wij cachetteren cachetteerden
jullie cachetteren cachetteerden
zij cachetteren cachetteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
cachetteer gebiedende wijs
cachetteerde verleden tijd
cachettere aanvoegende wijs
cachetterend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecachetteerd verleden tijd, deelwoord
gecachetteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecachetteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecachetteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecachetteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecachetteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecachetteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecachetteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecachetteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecachetteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecachetteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecachetteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te cachetteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecachetteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen cachetteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecachetteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen cachetteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult cachetteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecachetteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

leenwoord van Frans cacheter

Woordfamilie van cachetteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
cachetteer gebiedende wijs cachetteren
cachetteerde verleden tijd cachetteren
cachetteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon cachetteren
cachetteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon cachetteren
cachettere aanvoegende wijs cachetteren
cachetterend onvoltooid deelwoord cachetteren
cachetterende woordvorm cachetteren
gecachetteerd voltooid deelwoord cachetteren
gecachetteerde woordvorm cachetteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cachetteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over cachetteren

Wat betekent cachetteren?
Cachetteren is een werkwoord. Het woord betekent: iets (bijv. met lak) verzegelen.
Hoe vervoeg je cachetteren?
Je vervoegt cachetteren als volgt: de tegenwoordige tijd is cachetteer, de verleden tijd is cachetteerde en het voltooid deelwoord is gecachetteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord cachetteren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

cachetteren levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

cachetteren in het kort

cachetteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van cachetteren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort cachetteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

cachetteren: iets (bijv. met lak) verzegelen
Deel cachetteren — standaardnederlands.nl