bezeten
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord bəˈzetə(n)Betekenis
- onder de invloed van een boze geest zijn
- teveel onder invloed zijn van iets dat op zich niet slecht hoeft te zijn
Hoe spreek je bezeten uit?
/bəˈzetən/
Bezeten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| e | veel |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezetener | onverbogen, vergrotende trap |
| bezeteners | partitief, vergrotende trap |
| bezetens | partitief, stellende trap |
| bezetenst | onverbogen, overtreffende trap |
| bezetenste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van bezitten
Vervoeging van bezeten
bezetenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘krankzinnig’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van bezeten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezetener | vergrotende trap | bezeten |
| bezeteners | partitieve vergrotende trap | bezeten |
| bezetens | partitive, positive | bezeten |
| bezetenst | uninflected, superlative | bezeten |
| bezetenste | inflected, superlative | bezeten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezeten zijn vastgelegd.