snack
zelfstandig naamwoord, werkwoord /snɛk/Betekenis
- een hartig hapje of tussendoortje
- een snack eten
- hapje,
Hoe spreek je snack uit?
/snɛk/
Snack bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snackje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snackjes | verkleinwoord, meervoud |
| snacks | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snacken
- gebiedende wijs van snacken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snacken
Vervoeging van snack
snackhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hartig hapje’ voor het eerst aangetroffen in 1964.
Woordfamilie van snack
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snackje | verkleinwoord | snack |
| snackjes | verkleinwoord meervoud | snack |
| snacks | meervoud | snack |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snack zijn vastgelegd.