friet
zelfstandig naamwoord fritBetekenis
- de benaming voor een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
Hoe spreek je friet uit?
/frit/
Friet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als frites.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| frieten | meervoud |
| frietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| frietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘in vet gebakken reepjes aardappel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924
Woordfamilie van friet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frieten | meervoud | friet |
| frietje | verkleinwoord | friet |
| frietjes | verkleinwoord meervoud | friet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van friet zijn vastgelegd.