vlek
zelfstandig naamwoord, werkwoord vlɛkBetekenis
- een vieze plek
- gehucht
- het slepen
- aanhanger
- sleeplift; een mechaniek waarmee skiërs de berg opgesleept worden
- vlečení
- návěs
Hoe spreek je vlek uit?
/vlɛk/
Vlek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vieze of verkleurde plek
- woonplaats met een klein aantal woningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vlekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vlekjes | verkleinwoord, meervoud |
| vlekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
- gebiedende wijs van vlekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vlekken
Vervoeging van vlek
vlekhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘smet’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van vlek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vlekjes | verkleinwoord meervoud | vlek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlek zijn vastgelegd.