cheeseburger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (broodje met) een hamburger en een plak kaas
zelfstandig naamwoord — masculine
- een hamburger en een plak kaas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cheeseburgers | meervoud |
| cheeseburgertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cheeseburgertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hamburger met een plak kaas’ voor het eerst aangetroffen in 1968
Woordfamilie van cheeseburger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cheeseburgers | meervoud | cheeseburger |
| cheeseburgertje | verkleinwoord | cheeseburger |
| cheeseburgertjes | verkleinwoord meervoud | cheeseburger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cheeseburger zijn vastgelegd.