gesprek
zelfstandig naamwoord ɣəˈsprɛkBetekenis
- een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
- het in de gedachten met jezelf overleggen
Hoe spreek je gesprek uit?
/xəˈsprɛk/
Gesprek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- het overleggen met jezelf of met anderen figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gesprekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gesprekjes | verkleinwoord, meervoud |
| gesprekken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘mondeling onderhoud’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van gesprek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesprekje | verkleinwoord | gesprek |
| gesprekjes | verkleinwoord meervoud | gesprek |
| gesprekken | meervoud | gesprek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gesprek zijn vastgelegd.