wilsgebrek
zelfstandig naamwoord ˈwɪlsxəˌbrɛkBetekenis
- onvoldoende de wil kunnen omzetten in daden
- door bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden niet echt aanwezig zijn van de bedoeling een rechtshandeling te verrichten
Hoe spreek je wilsgebrek uit?
/ˈwɪlsxəˌbrɛk/
Wilsgebrek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| l | land |
| s | sok |
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- door bedrog, dwaling, bedreiging (of geweld) of misbruik van omstandigheden niet echt aanwezig zijn van de bedoeling een rechtshandeling te verrichten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wilsgebreken | meervoud |
| wilsgebrekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wilsgebrekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wil zn en gebrek zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van wilsgebrek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wilsgebreken | meervoud | wilsgebrek |
| wilsgebrekje | verkleinwoord | wilsgebrek |
| wilsgebrekjes | verkleinwoord meervoud | wilsgebrek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wilsgebrek zijn vastgelegd.