kroepoek
zelfstandig naamwoord ˈkrupukBetekenis
- een gerecht van Indonesische oorsprong op basis van garnaal gebakken in olie tot een knapperig schuim
Hoe spreek je kroepoek uit?
/ˈkrupuk/
Kroepoek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kroepoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kroepoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Indonesisch kerupuk of Javaans krupuk **voor het eerst aangetroffen in de Nederlands-Indische pers in 1831, zonder context. **met de kwalificatie 'garnaal' (Maleisisch oedang), sinds 1879 **in de (expliciet beschreven) betekenis van ‘koekjes van vis of garnalen’ voor het eerst aangetroffen in 1900 (zie de vindplaats hieronder)
Woordfamilie van kroepoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroepoekje | verkleinwoord | kroepoek |
| kroepoekjes | verkleinwoord meervoud | kroepoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kroepoek zijn vastgelegd.