nek
zelfstandig naamwoord, werkwoord /nɛk/Betekenis
- achterste gedeelte van de hals
Hoe spreek je nek uit?
/nɛk/
Nek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nekjes | verkleinwoord, meervoud |
| nekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nekken
- gebiedende wijs van nekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nekken
Vervoeging van nek
nekhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘achterste deel van hals’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van nek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nekje | verkleinwoord | nek |
| nekjes | verkleinwoord meervoud | nek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nek zijn vastgelegd.