deck
zelfstandig naamwoord dɛkBetekenis
- een stapel speelkaarten, stock
- skateboard
- cassettedeck of tapedeck
Hoe spreek je deck uit?
/dɛk/
Deck bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als dek.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| decks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels (wat op zijn beurt etymologisch hetzelfde woord is als Nederlands dek). In de betekenis van ‘band- of cassetteapparaat zonder versterker’ voor het eerst aangetroffen in 1979
Woordfamilie van deck
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| decks | meervoud | deck |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deck zijn vastgelegd.