flashback
zelfstandig naamwoord flɛʒˈbɛkBetekenis
- een passage over het verleden dat is ingebed in een grote verhaal
- herbeleving van een gebeurtenis uit het verleden
Hoe spreek je flashback uit?
/flɛʒˈbɛk/
Flashback bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɛ | bed |
| ʒ | journaal |
| b | bak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flashbackje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flashbackjes | verkleinwoord, meervoud |
| flashbacks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vertelwijze waarin wordt teruggegrepen op het verleden’ voor het eerst aangetroffen in 1953
Woordfamilie van flashback
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flashbackje | verkleinwoord | flashback |
| flashbackjes | verkleinwoord meervoud | flashback |
| flashbacks | meervoud | flashback |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flashback zijn vastgelegd.