snackbar
zelfstandig naamwoord ˈsnɛɡbɑːrBetekenis
- een zaak waar men snacks en andere gefrituurde zaken verkoopt.
Hoe spreek je snackbar uit?
/ˈsnɛgbɑr/
Snackbar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| g | goal |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een zaak waar men snacks en andere gefrituurde etenswaren verkoopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snackbarretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snackbarretjes | verkleinwoord, meervoud |
| snackbars | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snelbuffet’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van snackbar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snackbarretje | verkleinwoord | snackbar |
| snackbarretjes | verkleinwoord meervoud | snackbar |
| snackbars | meervoud | snackbar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snackbar zijn vastgelegd.