track
zelfstandig naamwoord trɛkBetekenis
- spoor 4, afdruk
- nummer van een album of single
- baan 2, spoor 1
- nummer 2 van een album of single
- sporen 2, passen in
- zich ontwikkelen zoals verwacht
- (v.e. camera) bewegen en filmen
- (v.e. schuit) getrokken/jagen 2 worden
- (v.e. grammofoonnaald) in de groef lopen
- natrekken, opsporen
- doorkruisen
Hoe spreek je track uit?
/trɛk/
Track bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als trek.
zelfstandig naamwoord — masculine
- spoor [4], afdruk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trackje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trackjes | verkleinwoord, meervoud |
| tracks | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘spoor van magneetband’ voor het eerst aangetroffen in 1966
Woordfamilie van track
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trackje | verkleinwoord | track |
| trackjes | verkleinwoord meervoud | track |
| tracks | meervoud | track |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van track zijn vastgelegd.