trek
zelfstandig naamwoord, werkwoord trɛkBetekenis
- iets dat iemand karakteriseert
- de reis die een soort afhankelijk van de seizoenen aflegt (migratie, trektocht)
- verlangen naar eten of iets anders
- tocht, luchtstroom
Hoe spreek je trek uit?
/trɛk/
Trek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als track.
zelfstandig naamwoord — masculine
- verlangen naar eten, (lichte) honger
- verlangen naar iets in het algemeen, lust [2], zin [2]
- tocht [2], trektocht
- luchtstroom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trekjes | verkleinwoord, meervoud |
| trekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trekken
- gebiedende wijs van trekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trekken
Vervoeging van trek
trekhele werkwoord
Woordfamilie van trek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trekje | verkleinwoord | trek |
| trekjes | verkleinwoord meervoud | trek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trek zijn vastgelegd.