plek
zelfstandig naamwoord, werkwoord /plɛk/Betekenis
- plaats, positie
- ruimte die door iets ingenomen wordt of ingenomen kan worden
Hoe spreek je plek uit?
/plɛk/
Plek bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| k | kat |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plekjes | verkleinwoord, meervoud |
| plekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plekken
- gebiedende wijs van plekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plekken
Vervoeging van plek
plekhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘plaats, punt’ voor het eerst aangetroffen in 1358
Woordfamilie van plek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plekje | verkleinwoord | plek |
| plekjes | verkleinwoord meervoud | plek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plek zijn vastgelegd.