falafel
zelfstandig naamwoord /fa'lɑfəl/Betekenis
- van oorsprong Libanees vegetarisch gerecht van fijngemaakte, tot balletjes gedraaide en vervolgens gefrituurde (gemalen) kikkererwten en/of tuinbonen, uien en kruiden, gewoonlijk in een broodje
Hoe spreek je falafel uit?
/faˈlɑfəl/
Falafel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| falafels | meervoud |
| falafeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| falafeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘gerecht van gefrituurde erwtjes, uien en kruiden’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van falafel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| falafels | meervoud | falafel |
| falafeltje | verkleinwoord | falafel |
| falafeltjes | verkleinwoord meervoud | falafel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van falafel zijn vastgelegd.