overdek
zelfstandig naamwoord, werkwoord ovərˈdɛkBetekenis
- voorwerp waarmee men iets kan overdekken
- overschatten
Hoe spreek je overdek uit?
/ovərˈdɛk/
Overdek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overdekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
- gebiedende wijs van overdekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
Vervoeging van overdek
overdekhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van over en dek