vertrek
zelfstandig naamwoord, werkwoord vərˈtrɛkBetekenis
- een afgesloten deel van een woning
- de actie van het vertrekken of weggaan
Hoe spreek je vertrek uit?
/vərˈtrɛk/
Vertrek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vertrekje | verkleinwoord, eerste persoon |
| vertrekjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| vertrekken | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrekken
- gebiedende wijs van vertrekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrekken
Vervoeging van vertrek
vertrekhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kamer’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Woordfamilie van vertrek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertrekje | verkleinwoord, 1e persoon | vertrek |
| vertrekjes | verkleinwoord | vertrek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertrek zijn vastgelegd.