pochet
zelfstandig naamwoord pɔˈʃɛtBetekenis
- vierkant doekje dat men als decoratie draagt in het borstzakje van een colbert, blazer of dinnerjacket, een pochet hoort men niet als zakdoek gebruiken
Hoe spreek je pochet uit?
/pɔˈʃɛt/
Pochet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| ʃ | sjaal |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vierkant doekje dat men als decoratie nog net zichtbaar opgevouwen draagt in het borstzakje van een colbert, blazer of dinnerjacket Een pochet hoort men niet als zakdoek gebruiken.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pochetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pochetjes | verkleinwoord, meervoud |
| pochetten | meervoud |
Herkomst
van Frans pochette, in de betekenis van ‘zakdoekje’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van pochet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pochetje | verkleinwoord | pochet |
| pochetjes | verkleinwoord meervoud | pochet |
| pochetten | meervoud | pochet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pochet zijn vastgelegd.