Naar de inhoud

marren

niet voortgaan, stilstaan, treuzelen

marren

werkwoord ˈmɑrə(n)

Betekenis

  1. niet voortgaan, stilstaan, treuzelen
  2. tegenhouden, belemmeren
  3. wachten, afwachten
  4. binden, tegenhouden, belemmeren
  5. op dezelfde plaats blijven, wachten

Hoe spreek je marren uit?

/ˈmɑrən/

Marren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɑrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɑ bad
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van marren

marrenhele werkwoord — mardeverleden tijd enkelvoud — mardenverleden tijd meervoud — gemardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mar marde
jij mart marde
hij, zij, het mart marde
wij marren marden
jullie marren marden
zij marren marden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemard verleden tijd, deelwoord
gemard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mar gebiedende wijs
marde verleden tijd
marre aanvoegende wijs
marrend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te marren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen marren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt marren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen marren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult marren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands marren, merren; cognaat met Engels mar ww "verpesten, bederven" en IJslands merja "verpletteren"

Woordfamilie van marren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemard voltooid deelwoord marren
gemarde woordvorm marren
mar gebiedende wijs marren
marde verleden tijd marren
marden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon marren
marre aanvoegende wijs marren
marrend onvoltooid deelwoord marren
marrende woordvorm marren
mart aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon marren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over marren

Hoe spreek je marren uit?
De uitspraak van marren is: /ˈmɑrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent marren?
Marren is een werkwoord. Het woord betekent: niet voortgaan, stilstaan, treuzelen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je marren?
Je vervoegt marren als volgt: de tegenwoordige tijd is mar, de verleden tijd is marde en het voltooid deelwoord is gemard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op marren?

Marren rijmt op 11 woorden op -arren; sarren, verwarren en sparren bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op marren, uitspraak ˈmɑrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sarren 2
verwarren 3
sparren 2
warren 2
scharren 2
kokosgaren 4
starren 2
barren 2
boodschappenkarren 5
darren 2
karren 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord marren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

marren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

marren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

marren in het kort

marren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van marren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort marren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

marren: niet voortgaan, stilstaan, treuzelen
Deel marren — standaardnederlands.nl