deurkozijn
zelfstandig naamwoord ˈdørkoˌzɛinBetekenis
- raamwerk waarbinnen een deur open en dicht gaat en waaraan de deur met het hang- en sluitwerk is vastgemaakt
Hoe spreek je deurkozijn uit?
/ˈdørkoˌzɛin/
Deurkozijn bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ø | deur |
| r | rood |
| k | kat |
| o | boot |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deurkozijnen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van deur zn en kozijn zn
Woordfamilie van deurkozijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deurkozijnen | meervoud | deurkozijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deurkozijn zijn vastgelegd.