civet
zelfstandig naamwoord siˈvɛtBetekenis
- sterk ruikende afscheiding uit een klier bij de anus van de civetkat die wordt gebruikt in de parfumindustrie en die zo'n heerlijke smaak aan de civetkoffie geeft
- individu van de diersoort civetten
Hoe spreek je civet uit?
/siˈvɛt/
Civet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| i | riet |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| civetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| civetjes | verkleinwoord, meervoud |
| civetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘door civetkat afgescheiden stof’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Woordfamilie van civet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| civetje | verkleinwoord | civet |
| civetjes | verkleinwoord meervoud | civet |
| civetten | meervoud | civet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van civet zijn vastgelegd.