Naar de inhoud

behagen

met meewerkende voorwerp welgevallig zijn

behagen is meer dan één woord

behagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈhaɣə(n)

Betekenis

  1. met meewerkende voorwerp welgevallig zijn

Hoe spreek je behagen uit?

/bəˈhaxən/

Behagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈhaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
h hoed
a maan
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met meewerkend voorwerp welgevallig zijn intransitive

Vervoeging van behagen

behagenhele werkwoord — behaagdeverleden tijd enkelvoud — behaagdenverleden tijd meervoud — behaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behaag behaagde
jij behaagt behaagde
hij, zij, het behaagt behaagde
wij behagen behaagden
jullie behagen behaagden
zij behagen behaagden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
behaag gebiedende wijs
behaagd verleden tijd, deelwoord
behaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behaagde verleden tijd
behaagt tegenwoordige tijd
behage aanvoegende wijs
behagend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had behaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behaagd verleden tijd, deelwoord
hebben behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behagen toekomende tijd
zal behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult behaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

zelfstandig naamwoord — neuter

  1. het zich op zijn gemak voelen, het plezier aan iets beleven

Herkomst

In de betekenis van ‘aangenaam zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1201

Woordfamilie van behagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behaag gebiedende wijs behagen
behaagd voltooid deelwoord behagen
behaagde verleden tijd behagen
behaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon behagen
behaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon behagen
behage aanvoegende wijs behagen
behagend onvoltooid deelwoord behagen
behagende woordvorm behagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over behagen

Hoe spreek ik behagen uit?
Zo spreek je behagen uit: /bəˈhaɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van behagen?
Behagen is een werkwoord. De betekenis is: met meewerkende voorwerp welgevallig zijn. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik behagen?
Zo vervoeg je behagen zo: de tegenwoordige tijd is behaag, de verleden tijd is behaagde en het voltooid deelwoord is behaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op behagen?

Op behagen rijmen 53 woorden, onder andere aanhangwagen, verlagen en jagen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op behagen, uitspraak bəˈhaxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aanhangwagen 4
verlagen 3
jagen 2
dragen 2
slagen 2
vragen 2
verdragen 3
wagen 2
zagen 2
bedragen 3
aangeslagen 4
terneergeslagen 5
gedragen 3
misdragen 3
dagen 2
klagen 2
vuilniswagen 4
knagen 2
beklagen 3
ondervragen 4
versagen 3
ziekenwagen 4
verdagen 3
ragen 2
wandelwagen 4
zelfbehagen 5
klassewagen 4
pipowagen 4
reportagewagen 6
welbehagen 4
ossenwagen 4
voldragen 3
aangedragen 4
afgedragen 4
herzagen 3
infodagen 4
jurywagen 4
kermiswagen 4
lagen 2
losgeslagen 4
Nog 13 rijmwoorden
lubbenkragen 4
molenkragen 4
molensteenkragen 5
onderzoeksvragen 5
ontzagen 3
ooggetuigenverslagen 7
processiedagen 5
regenvlagen 4
sarcofagen 4
stapelwagen 4
subonderzoeksvragen 6
verslagen 3
vlagen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord behagen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. H 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

behagen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. H 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

behagen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

behagen in het kort

behagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van behagen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort behagen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

behagen: met meewerkende voorwerp welgevallig zijn
Deel behagen — standaardnederlands.nl