vragen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvraɣə(n)Betekenis
- mondeling of schriftelijk informatie verzoeken
- mondeling of schriftelijk actie verzoeken
- een verlangen of eis uitspreken
Hoe spreek je vragen uit?
/ˈvraxən/
Vragen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vragen
vragenhele werkwoord — vroegverleden tijd enkelvoud — vroegenverleden tijd meervoud — gevraagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vraag | vroeg |
| jij | vraagt | vroeg |
| hij, zij, het | vraagt | vroeg |
| wij | vragen | vroegen |
| jullie | vragen | vroegen |
| zij | vragen | vroegen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (vraagde) * | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevraagd | verleden tijd, deelwoord |
| gevraagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevraagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vraag | gebiedende wijs |
| vrage | aanvoegende wijs |
| vragend | onvoltooid, deelwoord |
| vroeg | verleden tijd |
| zal gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vraag
Herkomst
ww: erfwoord via Middelnederlands vragen / vraghen van Oudnederlands fragon. Proto-Germaans frēgōn-/frēgēn-. Verder teruggaand op Indo-Europees *freg-. Verwant met o.a. Duits fragen, Engels pray, Frans prier, Latijn precari "bidden, smeken". *: In de betekenis van ‘verzoeken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100,
Woordfamilie van vragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vraagde | woordvorm | vragen |
| vraagden | woordvorm | vragen |
| vraagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vragen |
| vrage | aanvoegende wijs | vragen |
| vroegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vragen zijn vastgelegd.