klagen
werkwoord ˈklaɣə(n)Betekenis
- ongenoegen uiten
Hoe spreek je klagen uit?
/ˈklaxən/
Klagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van klagen
klagenhele werkwoord — klaagdeverleden tijd enkelvoud — klaagdenverleden tijd meervoud — geklaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klaag | klaagde |
| jij | klaagt | klaagde |
| hij, zij, het | klaagt | klaagde |
| wij | klagen | klaagden |
| jullie | klagen | klaagden |
| zij | klagen | klaagden |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (kloeg) | verleden tijd |
| er is geklaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklaagd | verleden tijd, deelwoord |
| geklaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klaag | gebiedende wijs |
| klaagde | verleden tijd |
| klage | aanvoegende wijs |
| klagend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geklaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te klagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen klagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt klagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen klagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult klagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘droefheid uiten’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van klagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklaagd | voltooid deelwoord | klagen |
| geklaagde | woordvorm | klagen |
| klaag | gebiedende wijs | klagen |
| klaagde | verleden tijd | klagen |
| klaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klagen |
| klaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | klagen |
| klage | aanvoegende wijs | klagen |
| kloeg | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | klagen |
| kloegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | klagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klagen zijn vastgelegd.