jagen
werkwoord /ˈjaːɣə(n)/Betekenis
- bewegende wezens (bijv. dieren) proberen te vangen
- het door mens of dier vanaf de wal slepen van schuiten
- snel voortgaan
Hoe spreek je jagen uit?
/ˈjaxən/
Jagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- bewegende wezens (m.n. wilde dieren) proberen te vangen unergative
- hard en vaak luidruchtig blazen intransitive
- zich snel voortbewegen intransitive
Vervoeging van jagen
jagenhele werkwoord — jaagdeverleden tijd enkelvoud — jaagdenverleden tijd meervoud — gejaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | jaag | jaagde |
| jij | jaagt | jaagde |
| hij, zij, het | jaagt | jaagde |
| wij | jagen | jaagden |
| jullie | jagen | jaagden |
| zij | jagen | jaagden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| *jaagde | verleden tijd |
| - | impersonal, passief |
| ben gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gejaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gejaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gejaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gejaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gejaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gejaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gejaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gejaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gejaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gejaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gejaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gejaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gejaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gejaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gejaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gejaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gejaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| jaag | gebiedende wijs |
| jage | aanvoegende wijs |
| jagend | onvoltooid, deelwoord |
| joeg | verleden tijd |
| te hebben gejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te jagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gejaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gejaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt jagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gejaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gejaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult jagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘wild proberen te vangen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van jagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaag | gebiedende wijs | jagen |
| jaagde | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | jagen |
| jaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | jagen |
| jaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | jagen |
| jage | aanvoegende wijs | jagen |
| joeg | verleden tijd | jagen |
| joegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | jagen |
| joegt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | jagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jagen zijn vastgelegd.