Naar de inhoud

jagen

bewegende wezens (bijv. dieren) proberen te vangen

jagen

werkwoord /ˈjaːɣə(n)/

Betekenis

  1. bewegende wezens (bijv. dieren) proberen te vangen
  2. het door mens of dier vanaf de wal slepen van schuiten
  3. snel voortgaan

Hoe spreek je jagen uit?

/ˈjaxən/

Jagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈjaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
j ja
a maan
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bewegende wezens (m.n. wilde dieren) proberen te vangen unergative
  2. hard en vaak luidruchtig blazen intransitive
  3. zich snel voortbewegen intransitive

Vervoeging van jagen

jagenhele werkwoord — jaagdeverleden tijd enkelvoud — jaagdenverleden tijd meervoud — gejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag jaagde
jij jaagt jaagde
hij, zij, het jaagt jaagde
wij jagen jaagden
jullie jagen jaagden
zij jagen jaagden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
*jaagde verleden tijd
- impersonal, passief
ben gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejaagd verleden tijd, deelwoord
gejaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jaag gebiedende wijs
jage aanvoegende wijs
jagend onvoltooid, deelwoord
joeg verleden tijd
te hebben gejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gejaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gejaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wild proberen te vangen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van jagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
jaag gebiedende wijs jagen
jaagde aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon jagen
jaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jagen
jaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jagen
jage aanvoegende wijs jagen
joeg verleden tijd jagen
joegen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jagen
joegt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon jagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over jagen

Hoe spreek je jagen uit?
De uitspraak van jagen is: /ˈjaːɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent jagen?
Jagen is een werkwoord. Het woord betekent: bewegende wezens (bijv. dieren) proberen te vangen. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je jagen?
Je vervoegt jagen als volgt: de tegenwoordige tijd is jaag, de verleden tijd is jaagde en het voltooid deelwoord is gejaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op jagen?

Er staan 53 woorden in dit woordenboek die op jagen rijmen, waaronder aanhangwagen, verlagen en dragen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op jagen, uitspraak ˈjaxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aanhangwagen 4
verlagen 3
dragen 2
slagen 2
vragen 2
verdragen 3
wagen 2
zagen 2
bedragen 3
aangeslagen 4
terneergeslagen 5
behagen 3
gedragen 3
misdragen 3
dagen 2
klagen 2
vuilniswagen 4
knagen 2
beklagen 3
ondervragen 4
versagen 3
ziekenwagen 4
verdagen 3
ragen 2
wandelwagen 4
zelfbehagen 5
klassewagen 4
pipowagen 4
reportagewagen 6
welbehagen 4
ossenwagen 4
voldragen 3
aangedragen 4
afgedragen 4
herzagen 3
infodagen 4
jurywagen 4
kermiswagen 4
lagen 2
losgeslagen 4
Nog 13 rijmwoorden
lubbenkragen 4
molenkragen 4
molensteenkragen 5
onderzoeksvragen 5
ontzagen 3
ooggetuigenverslagen 7
processiedagen 5
regenvlagen 4
sarcofagen 4
stapelwagen 4
subonderzoeksvragen 6
verslagen 3
vlagen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jagen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jagen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jagen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jagen in het kort

jagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van jagen zijn 79 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort jagen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

jagen: bewegende wezens (bijv. dieren) proberen te vangen
Deel jagen — standaardnederlands.nl