vinden
werkwoord ˈvɪndə(n)Betekenis
- iets aantreffen nadat ernaar gezocht is
- iets bedenken
- iets op een bepaalde wijze beschouwen of ervaren
- iets ondervinden, iets ten deel krijgen
Hoe spreek je vinden uit?
/ˈvɪndən/
Vinden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vinden
vindenhele werkwoord — vondverleden tijd enkelvoud — vondenverleden tijd meervoud — gevondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vind | vond |
| jij | vindt | vond |
| hij, zij, het | vindt | vond |
| wij | vinden | vonden |
| jullie | vinden | vonden |
| zij | vinden | vonden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevonden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevonden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevonden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevonden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevonden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevonden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevonden | verleden tijd, deelwoord |
| gevonden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevonden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevonden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevonden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevonden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevonden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevonden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevonden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vinden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vind | gebiedende wijs |
| vinde | aanvoegende wijs |
| vindend | onvoltooid, deelwoord |
| vond | verleden tijd |
| waart gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vinden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vinden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘aantreffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van vinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevonden | voltooid deelwoord | vinden |
| vind | gebiedende wijs | vinden |
| vinde | aanvoegende wijs | vinden |
| vindend | onvoltooid deelwoord | vinden |
| vindende | woordvorm | vinden |
| vindt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vinden |
| vond | verleden tijd | vinden |
| vonden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vinden |
| vondt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | vinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vinden zijn vastgelegd.