versagen
werkwoord vərˈsaɣə(n)Betekenis
- de moed opgeven
- tekort schieten, in gebreke blijven, het laten afweten, er niet in slagen
Hoe spreek je versagen uit?
/vərˈsaxən/
Versagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| a | maan |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van versagen
versagenhele werkwoord — versaagdeverleden tijd enkelvoud — versaagdenverleden tijd meervoud — versaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | versaag | versaagde |
| jij | versaagt | versaagde |
| hij, zij, het | versaagt | versaagde |
| wij | versagen | versaagden |
| jullie | versagen | versaagden |
| zij | versagen | versaagden |
Alle 28 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben versaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| te hebben/zijn versaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te versagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen versagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versaag | gebiedende wijs |
| versaagd | verleden tijd, deelwoord |
| versaagd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| versaagd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| versaagde | verleden tijd |
| versage | aanvoegende wijs |
| versagend | onvoltooid, deelwoord |
| zal versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn versaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt versagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen versagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult versagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit Duits verzagen, in de betekenis van ‘de moed verliezen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van versagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| versaag | gebiedende wijs | versagen |
| versaagd | voltooid deelwoord | versagen |
| versaagde | verleden tijd | versagen |
| versaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | versagen |
| versaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | versagen |
| versage | aanvoegende wijs | versagen |
| versagend | onvoltooid deelwoord | versagen |
| versagende | woordvorm | versagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versagen zijn vastgelegd.