Naar de inhoud

bevallen

iets als aangenaam ervaren

bevallen

werkwoord bəˈvɑlə(n)

Betekenis

  1. iets als aangenaam ervaren
  2. het leven schenken aan een kind

Hoe spreek je bevallen uit?

/bəˈvɑlən/

Bevallen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈvɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
v vis
ɑ bad
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bevallen

bevallenhele werkwoord — bevielverleden tijd enkelvoud — bevielenverleden tijd meervoud — bevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beval beviel
jij bevalt beviel
hij, zij, het bevalt beviel
wij bevallen bevielen
jullie bevallen bevielen
zij bevallen bevielen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beval gebiedende wijs
bevalle aanvoegende wijs
bevallen verleden tijd, deelwoord
bevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevallend onvoltooid, deelwoord
beviel verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn bevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bevallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van bevallen

Vervoeging van bevallen

bevallenhele werkwoord — bevielverleden tijd enkelvoud — bevielenverleden tijd meervoud — bevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beval beviel
jij bevalt beviel
hij, zij, het bevalt beviel
wij bevallen bevielen
jullie bevallen bevielen
zij bevallen bevielen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beval gebiedende wijs
bevalle aanvoegende wijs
bevallen verleden tijd, deelwoord
bevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevallend onvoltooid, deelwoord
beviel verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn bevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bevallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bevallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bevallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘behagen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Woordfamilie van bevallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevalle aanvoegende wijs bevallen
bevallend onvoltooid deelwoord bevallen
bevallende woordvorm bevallen
bevalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bevallen
beviel verleden tijd bevallen
bevielen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevallen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bevallen

Hoe spreek ik bevallen uit?
Zo spreek je bevallen uit: /bəˈvɑlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bevallen?
Bevallen is een werkwoord. De betekenis is: iets als aangenaam ervaren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bevallen?
Zo vervoeg je bevallen zo: de tegenwoordige tijd is beval, de verleden tijd is beviel en het voltooid deelwoord is bevallen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bevallen?

Bevallen rijmt op 31 woorden op -allen; vallen, overvallen en lallen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bevallen, uitspraak bəˈvɑlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vallen 2
overvallen 4
lallen 2
knallen 2
gevallen 3
stallen 2
ontvallen 3
vervallen 3
lastigvallen 4
wallen 2
lotgevallen 4
omvallen 3
kallen 2
rallen 2
versmallen 3
aangevallen 4
aankomsthallen 4
allen 2
beachvolleyballen 5
betrouwbaarheidsintervallen 8
busongevallen 5
inkomhallen 4
kwallen 2
overlijdensgevallen 7
pedestallen 4
schapenstallen 4
twijfelgevallen 5
verdrinkingsongevallen 7
watervallen 4
werkloosheidsvallen 6
zestigtallen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevallen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevallen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevallen in het kort

bevallen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bevallen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevallen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevallen: iets als aangenaam ervaren
Deel bevallen — standaardnederlands.nl