dragen
werkwoord ˈdraɣə(n)Betekenis
- al van de vloer houdend vervoeren
- als kledingstuk of sieraad aanhebben
- voltooid deelwoord van dra
Hoe spreek je dragen uit?
/ˈdraxən/
Dragen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dragen
dragenhele werkwoord — droegverleden tijd enkelvoud — droegenverleden tijd meervoud — gedragenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draag | droeg |
| jij | draagt | droeg |
| hij, zij, het | draagt | droeg |
| wij | dragen | droegen |
| jullie | dragen | droegen |
| zij | dragen | droegen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| draag | gebiedende wijs |
| drage | aanvoegende wijs |
| dragend | onvoltooid, deelwoord |
| droeg | verleden tijd |
| er is gedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedragen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedragen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedragen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedragen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedragen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedragen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedragen | verleden tijd, deelwoord |
| gedragen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedragen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedragen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedragen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedragen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedragen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedragen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedragen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedragen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedragen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedragen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands dragen / draghen van Oudnederlands dragan, in de betekenis van ‘ondersteunen, bij zich hebben, aan hebben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Woordfamilie van dragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draag | gebiedende wijs | dragen |
| draagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dragen |
| drage | aanvoegende wijs | dragen |
| droeg | verleden tijd | dragen |
| droegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dragen |
| droegt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | dragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dragen zijn vastgelegd.