ondervragen
werkwoord /ɔndərˈvraxə(n)/Betekenis
- iemand aan een intensieve reeks vragen onderwerpen
Hoe spreek je ondervragen uit?
/ɔndərˈvraxən/
Ondervragen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| v | vis |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ondervragen
ondervragenhele werkwoord — ondervraagdeªverleden tijd enkelvoud — ondervraagdenªverleden tijd meervoud — ondervraagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ondervraag | ondervraagdeª |
| jij | ondervraagt | ondervraagdeª |
| hij, zij, het | ondervraagt | ondervraagdeª |
| wij | ondervragen | ondervraagdenª |
| jullie | ondervragen | ondervraagdenª |
| zij | ondervragen | ondervraagdenª |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ondervraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondervraagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondervraagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondervraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondervraagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondervraagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondervraagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondervraagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondervraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondervraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondervraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondervraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondervraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ondervraag | gebiedende wijs |
| ondervraagd | verleden tijd, deelwoord |
| ondervraagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondervraagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondervraagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervraagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervraagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondervraagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondervraagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondervraagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondervraagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondervraagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondervraagde | verleden tijd |
| ondervrage | aanvoegende wijs |
| ondervragend | onvoltooid, deelwoord |
| ondervroeg | verleden tijd |
| te hebben ondervraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ondervragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondervragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondervraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondervraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondervraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondervraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondervraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ondervraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondervraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ondervraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondervraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondervragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ondervraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondervraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondervraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondervragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder en vragen
Woordfamilie van ondervragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondervraag | gebiedende wijs | ondervragen |
| ondervraagd | voltooid deelwoord | ondervragen |
| ondervraagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondervragen |
| ondervrage | aanvoegende wijs | ondervragen |
| ondervragend | onvoltooid deelwoord | ondervragen |
| ondervragende | woordvorm | ondervragen |
| ondervroeg | verleden tijd | ondervragen |
| ondervroegen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ondervragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondervragen zijn vastgelegd.