Naar de inhoud

zagen

in stukken delen door middel van een zaag

zagen is meer dan één woord

zagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzaɣə(n)

Betekenis

  1. in stukken delen door middel van een zaag
  2. op vervelende wijze spreken, zeuren

Hoe spreek je zagen uit?

/ˈzaxən/

Zagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
a maan
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zagen

zagenhele werkwoord — zaagdeverleden tijd enkelvoud — zaagdenverleden tijd meervoud — gezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag zaagde
jij zaagt zaagde
hij, zij, het zaagt zaagde
wij zagen zaagden
jullie zagen zaagden
zij zagen zaagden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezaagd verleden tijd, deelwoord
gezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag gebiedende wijs
zaagde verleden tijd
zage aanvoegende wijs
zagend onvoltooid, deelwoord
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van zien

Vervoeging van zagen

zagenhele werkwoord — zaagdeverleden tijd enkelvoud — zaagdenverleden tijd meervoud — gezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag zaagde
jij zaagt zaagde
hij, zij, het zaagt zaagde
wij zagen zaagden
jullie zagen zaagden
zij zagen zaagden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezaagd verleden tijd, deelwoord
gezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag gebiedende wijs
zaagde verleden tijd
zage aanvoegende wijs
zagend onvoltooid, deelwoord
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zaag

Woordfamilie van zagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
zaagde verleden tijd zagen
zaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zagen
zage aanvoegende wijs zagen
zagend onvoltooid deelwoord zagen
zagende woordvorm zagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zagen

Hoe spreek ik zagen uit?
Zo spreek je zagen uit: /ˈzaɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van zagen?
Zagen is een werkwoord. De betekenis is: in stukken delen door middel van een zaag. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zagen?
Zo vervoeg je zagen zo: de tegenwoordige tijd is zaag, de verleden tijd is zaagde en het voltooid deelwoord is gezaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zagen?

Op zagen rijmen 53 woorden, onder andere aanhangwagen, verlagen en jagen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op zagen, uitspraak ˈzaxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aanhangwagen 4
verlagen 3
jagen 2
dragen 2
slagen 2
vragen 2
verdragen 3
wagen 2
bedragen 3
aangeslagen 4
terneergeslagen 5
behagen 3
gedragen 3
misdragen 3
dagen 2
klagen 2
vuilniswagen 4
knagen 2
beklagen 3
ondervragen 4
versagen 3
ziekenwagen 4
verdagen 3
ragen 2
wandelwagen 4
zelfbehagen 5
klassewagen 4
pipowagen 4
reportagewagen 6
welbehagen 4
ossenwagen 4
voldragen 3
aangedragen 4
afgedragen 4
herzagen 3
infodagen 4
jurywagen 4
kermiswagen 4
lagen 2
losgeslagen 4
Nog 13 rijmwoorden
lubbenkragen 4
molenkragen 4
molensteenkragen 5
onderzoeksvragen 5
ontzagen 3
ooggetuigenverslagen 7
processiedagen 5
regenvlagen 4
sarcofagen 4
stapelwagen 4
subonderzoeksvragen 6
verslagen 3
vlagen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zagen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zagen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 zonder bonus
  7. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zagen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zagen in het kort

zagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zagen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zagen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zagen: in stukken delen door middel van een zaag
Deel zagen — standaardnederlands.nl