zagen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzaɣə(n)Betekenis
- in stukken delen door middel van een zaag
- op vervelende wijze spreken, zeuren
Hoe spreek je zagen uit?
/ˈzaxən/
Zagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zagen
zagenhele werkwoord — zaagdeverleden tijd enkelvoud — zaagdenverleden tijd meervoud — gezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag | zaagde |
| jij | zaagt | zaagde |
| hij, zij, het | zaagt | zaagde |
| wij | zagen | zaagden |
| jullie | zagen | zaagden |
| zij | zagen | zaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag | gebiedende wijs |
| zaagde | verleden tijd |
| zage | aanvoegende wijs |
| zagend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van zien
Vervoeging van zagen
zagenhele werkwoord — zaagdeverleden tijd enkelvoud — zaagdenverleden tijd meervoud — gezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag | zaagde |
| jij | zaagt | zaagde |
| hij, zij, het | zaagt | zaagde |
| wij | zagen | zaagden |
| jullie | zagen | zaagden |
| zij | zagen | zaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag | gebiedende wijs |
| zaagde | verleden tijd |
| zage | aanvoegende wijs |
| zagend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zaag
Woordfamilie van zagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaagde | verleden tijd | zagen |
| zaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zagen |
| zage | aanvoegende wijs | zagen |
| zagend | onvoltooid deelwoord | zagen |
| zagende | woordvorm | zagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zagen zijn vastgelegd.