ziekenwagen
zelfstandig naamwoord ˈzikə(n)ˌwaɣə(n)Betekenis
- een voertuig ingericht voor het vervoer van patiënten, gewoonlijk naar een ziekenhuis toe
Hoe spreek je ziekenwagen uit?
/ˈzikənˌwaxən/
Ziekenwagen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| i | riet |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| w | quiz |
| a | maan |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenwagens | meervoud |
| ziekenwagentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenwagentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zieke zn en wagen zn met het invoegsel -n-
Woordfamilie van ziekenwagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenwagens | meervoud | ziekenwagen |
| ziekenwagentje | verkleinwoord | ziekenwagen |
| ziekenwagentjes | verkleinwoord meervoud | ziekenwagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenwagen zijn vastgelegd.