verdagen
werkwoord vərˈdaɣə(n)Betekenis
- een zitting opschorten tot een nadere datum
Hoe spreek je verdagen uit?
/vərˈdaxən/
Verdagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| a | maan |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdagen
verdagenhele werkwoord — verdaagdeverleden tijd enkelvoud — verdaagdenverleden tijd meervoud — verdaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdaag | verdaagde |
| jij | verdaagt | verdaagde |
| hij, zij, het | verdaagt | verdaagde |
| wij | verdagen | verdaagden |
| jullie | verdagen | verdaagden |
| zij | verdagen | verdaagden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is verdaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdaag | gebiedende wijs |
| verdaagd | verleden tijd, deelwoord |
| verdaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdaagde | verleden tijd |
| verdage | aanvoegende wijs |
| verdagend | onvoltooid, deelwoord |
| waren verdaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden verdaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden verdaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘tot een andere dag uitstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1201
Woordfamilie van verdagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdaag | gebiedende wijs | verdagen |
| verdaagd | voltooid deelwoord | verdagen |
| verdaagde | verleden tijd | verdagen |
| verdaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdagen |
| verdaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdagen |
| verdage | aanvoegende wijs | verdagen |
| verdagend | onvoltooid deelwoord | verdagen |
| verdagende | woordvorm | verdagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdagen zijn vastgelegd.