Naar de inhoud

voldragen

in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte

voldragen is meer dan één woord

voldragen

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord vɔlˈdraɣə(n)

Betekenis

  1. in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte
  2. zich volledig laten ontwikkelen, zodat er niets meer aan mankeert
  3. na een complete zwangerschapsperiode tot het natuurlijke moment van geboorte
  4. helemaal voorbereid zodat er vanaf het begin niets aan mankeert

Hoe spreek je voldragen uit?

/vɔlˈdraxən/

Voldragen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vɔlˈdraxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɔ bot
l land
d dak
r rood
a maan
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Woordvorm

  • in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte
  • zich volledig laten ontwikkelen, zodat er niets meer aan mankeert
  • voltooid deelwoord van voldragen

Vervoeging van voldragen

voldragenhele werkwoord — voldroegverleden tijd enkelvoud — voldroegenverleden tijd meervoud — voldragenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voldraag voldroeg
jij voldraagt voldroeg
hij, zij, het voldraagt voldroeg
wij voldragen voldroegen
jullie voldragen voldroegen
zij voldragen voldroegen
Alle 128 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] voldragen canonical
[B] voldragen canonical
ben voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voldragen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voldragen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voldragen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voldragen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voldragen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voldragen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voldragen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voldragen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voldragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voldragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voldragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voldragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voldragen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voldragen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voldragen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voldragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voldraag gebiedende wijs
voldrage aanvoegende wijs
voldragen verleden tijd, deelwoord
voldragen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voldragen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voldragen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voldragen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voldragen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voldragen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voldragen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voldragen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voldragen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voldragen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voldragend onvoltooid, deelwoord
voldroeg verleden tijd
waart voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voldragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voldragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voldragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voldragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voldragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voldragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voldragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voldragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt voldragen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voldragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voldragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen voldragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult voldragen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voldragen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voldragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voldragen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van voldragen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voldragener woordvorm voldragen
voldrageners woordvorm voldragen
voldragens woordvorm voldragen
voldroeg verleden tijd voldragen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voldragen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voldragen

Hoe spreek je voldragen uit?
De uitspraak van voldragen is: /vɔlˈdraɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent voldragen?
Voldragen is een werkwoord. Het woord betekent: in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voldragen?
Je vervoegt voldragen als volgt: de tegenwoordige tijd is voldraag, de verleden tijd is voldroeg en het voltooid deelwoord is voldragen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op voldragen?

Voldragen rijmt op 53 woorden op -agen; aanhangwagen, verlagen en jagen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op voldragen, uitspraak vɔlˈdraxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aanhangwagen 4
verlagen 3
jagen 2
dragen 2
slagen 2
vragen 2
verdragen 3
wagen 2
zagen 2
bedragen 3
aangeslagen 4
terneergeslagen 5
behagen 3
gedragen 3
misdragen 3
dagen 2
klagen 2
vuilniswagen 4
knagen 2
beklagen 3
ondervragen 4
versagen 3
ziekenwagen 4
verdagen 3
ragen 2
wandelwagen 4
zelfbehagen 5
klassewagen 4
pipowagen 4
reportagewagen 6
welbehagen 4
ossenwagen 4
aangedragen 4
afgedragen 4
herzagen 3
infodagen 4
jurywagen 4
kermiswagen 4
lagen 2
losgeslagen 4
Nog 13 rijmwoorden
lubbenkragen 4
molenkragen 4
molensteenkragen 5
onderzoeksvragen 5
ontzagen 3
ooggetuigenverslagen 7
processiedagen 5
regenvlagen 4
sarcofagen 4
stapelwagen 4
subonderzoeksvragen 6
verslagen 3
vlagen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voldragen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voldragen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. L 3
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voldragen in het kort

voldragen is zowel werkwoord als bijvoeglijk naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voldragen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voldragen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voldragen: in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte
Deel voldragen — standaardnederlands.nl