voldragen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord vɔlˈdraɣə(n)Betekenis
- in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte
- zich volledig laten ontwikkelen, zodat er niets meer aan mankeert
- na een complete zwangerschapsperiode tot het natuurlijke moment van geboorte
- helemaal voorbereid zodat er vanaf het begin niets aan mankeert
Hoe spreek je voldragen uit?
/vɔlˈdraxən/
Voldragen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| l | land |
| d | dak |
| r | rood |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- in de baarmoeder laten uitgroeien tot het natuurlijke moment van de geboorte
- zich volledig laten ontwikkelen, zodat er niets meer aan mankeert
- voltooid deelwoord van voldragen
Vervoeging van voldragen
voldragenhele werkwoord — voldroegverleden tijd enkelvoud — voldroegenverleden tijd meervoud — voldragenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voldraag | voldroeg |
| jij | voldraagt | voldroeg |
| hij, zij, het | voldraagt | voldroeg |
| wij | voldragen | voldroegen |
| jullie | voldragen | voldroegen |
| zij | voldragen | voldroegen |
Alle 128 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [A] voldragen | canonical |
| [B] voldragen | canonical |
| ben voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voldragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voldragen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voldragen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voldragen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voldragen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voldragen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voldragen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voldragen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voldragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voldragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voldragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voldragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voldragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voldragen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voldragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voldragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldraag | gebiedende wijs |
| voldrage | aanvoegende wijs |
| voldragen | verleden tijd, deelwoord |
| voldragen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voldragen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voldragen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldragen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldragen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldragen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voldragen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voldragen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voldragen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voldragen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voldragend | onvoltooid, deelwoord |
| voldroeg | verleden tijd |
| waart voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voldragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voldragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voldragen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voldragen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voldragen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voldragen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voldragen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voldragen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voldragen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voldragen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen voldragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult voldragen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult voldragen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voldragen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voldragen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van voldragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voldragener | woordvorm | voldragen |
| voldrageners | woordvorm | voldragen |
| voldragens | woordvorm | voldragen |
| voldroeg | verleden tijd | voldragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voldragen zijn vastgelegd.