verlagen
werkwoord /vərˈlaxə(n)/Betekenis
- op een lager peil brengen
Hoe spreek je verlagen uit?
/vərˈlaxən/
Verlagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| a | maan |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verlagen
verlagenhele werkwoord — verlaagdeverleden tijd enkelvoud — verlaagdenverleden tijd meervoud — verlaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlaag | verlaagde |
| jij | verlaagt | verlaagde |
| hij, zij, het | verlaagt | verlaagde |
| wij | verlagen | verlaagden |
| jullie | verlagen | verlaagden |
| zij | verlagen | verlaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaag | gebiedende wijs |
| verlaagd | verleden tijd, deelwoord |
| verlaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagde | verleden tijd |
| verlage | aanvoegende wijs |
| verlagend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van verliggen
Vervoeging van verlagen
verlagenhele werkwoord — verlaagdeverleden tijd enkelvoud — verlaagdenverleden tijd meervoud — verlaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlaag | verlaagde |
| jij | verlaagt | verlaagde |
| hij, zij, het | verlaagt | verlaagde |
| wij | verlagen | verlaagden |
| jullie | verlagen | verlaagden |
| zij | verlagen | verlaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verlaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verlaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verlaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verlaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verlaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verlaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verlaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verlaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verlaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaag | gebiedende wijs |
| verlaagd | verleden tijd, deelwoord |
| verlaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verlaagde | verleden tijd |
| verlage | aanvoegende wijs |
| verlagend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verlaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verlaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verlaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verlaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verlagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verlaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verlagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van laag met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verlagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verlaag | gebiedende wijs | verlagen |
| verlaagd | voltooid deelwoord | verlagen |
| verlaagde | verleden tijd | verlagen |
| verlaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verlagen |
| verlaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verlagen |
| verlage | aanvoegende wijs | verlagen |
| verlagend | onvoltooid deelwoord | verlagen |
| verlagende | woordvorm | verlagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlagen zijn vastgelegd.