knagen
werkwoord ˈknaɣə(n)Betekenis
- met de tanden aanvreten
Hoe spreek je knagen uit?
/ˈknaxən/
Knagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van knagen
knagenhele werkwoord — knaagdeverleden tijd enkelvoud — knaagdenverleden tijd meervoud — geknaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knaag | knaagde |
| jij | knaagt | knaagde |
| hij, zij, het | knaagt | knaagde |
| wij | knagen | knaagden |
| jullie | knagen | knaagden |
| zij | knagen | knaagden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geknaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geknaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geknaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geknaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geknaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geknaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geknaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geknaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geknaagd | verleden tijd, deelwoord |
| geknaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geknaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geknaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geknaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geknaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geknaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geknaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geknaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geknaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geknaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geknaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geknaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| knaag | gebiedende wijs |
| knaagde | verleden tijd |
| knage | aanvoegende wijs |
| knagend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geknaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te knagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen knagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geknaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geknaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geknaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geknaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geknaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geknaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geknaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geknaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geknaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt knagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen knagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geknaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geknaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geknaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult knagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘een aanhoudende onaangename gewaarwording veroorzaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1569
Woordfamilie van knagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geknaagd | voltooid deelwoord | knagen |
| geknaagde | woordvorm | knagen |
| knaag | gebiedende wijs | knagen |
| knaagde | verleden tijd | knagen |
| knaagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | knagen |
| knaagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | knagen |
| knage | aanvoegende wijs | knagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knagen zijn vastgelegd.