dagen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdaɣə(n)Betekenis
- dag worden
- dagvaarden: de opdracht geven op een bepaalde dag voor het hof te verschijnen
- beginnen te beseffen, beginnen bewust te worden
Hoe spreek je dagen uit?
/ˈdaxən/
Dagen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dagen
dagenhele werkwoord — daagdeverleden tijd enkelvoud — daagdenverleden tijd meervoud — gedaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | daag | daagde |
| jij | daagt | daagde |
| hij, zij, het | daagt | daagde |
| wij | dagen | daagden |
| jullie | dagen | daagden |
| zij | dagen | daagden |
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| daag | gebiedende wijs |
| daagde | verleden tijd |
| daagt | tegenwoordige tijd |
| dage | aanvoegende wijs |
| dagend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedaagd | verleden tijd, deelwoord |
| gedaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedaagd | verleden tijd, deelwoord |
| heeft gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal dagen | toekomende tijd |
| zal dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dagen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dagen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dag
Herkomst
In de betekenis van ‘oproepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van dagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| daag | gebiedende wijs | dagen |
| daagde | verleden tijd | dagen |
| daagden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dagen |
| daagt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dagen |
| dagend | onvoltooid deelwoord | dagen |
| dagende | woordvorm | dagen |
| gedaagd | voltooid deelwoord | dagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagen zijn vastgelegd.