arminiaan
zelfstandig naamwoord ˌɑrminiˈjanBetekenis
- aanhanger van Arminius (Jacob Harmensen (1560-1609)
- omgekeerde arminiaan: gebrakken baars of snoek
Hoe spreek je arminiaan uit?
/ˌɑrminiˈjan/
Arminiaan bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| m | maan |
| i | riet |
| n | nek |
| j | ja |
| a | maan |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- aanhanger van de theoloog Arminius
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arminianen | meervoud |
Herkomst
eponiem, afgeleid met het achtervoegsel -aan van Arminius en , de gelatiniseerde familienaam van de 16e-eeuwse Nederlandse theoloog J. Hermansz , geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 16.C
Woordfamilie van arminiaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arminianen | meervoud | arminiaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arminiaan zijn vastgelegd.