zaagraam
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een raamwerk waarin het blad van een spanzaag is aangebracht
- een raamwerk waarop het hout gelegen is tijdens het zagen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaagraampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaagraampjes | verkleinwoord, meervoud |
| zaagramen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaag en raam
Woordfamilie van zaagraam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaagraampje | verkleinwoord | zaagraam |
| zaagraampjes | verkleinwoord meervoud | zaagraam |
| zaagramen | meervoud | zaagraam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaagraam zijn vastgelegd.