zageman
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die tot vervelens toe doorpraat
- een figuur in de vorm van iemand met een zaag met een tegengewicht die op de rand van de tafel te balanceren gezet wordt, eertijds als aanduiding in een kroeg dat het tijd werd elders te gaan zagen
- een kinderspel waarbij kinderen een ketting vormen, het kind aan het einde met haar vrije arm tegen een muur leunt en de ketting onder haar arm door beweegt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zagemannen | meervoud |
| zagemannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zagemannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaag ww en man met het invoegsel -e-
Woordfamilie van zageman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zagemannen | meervoud | zageman |
| zagemannetje | verkleinwoord | zageman |
| zagemannetjes | verkleinwoord meervoud | zageman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zageman zijn vastgelegd.